reactie van een niet zoekend mens

Een niet meer zoekend mens

Je bent een heel aardige kerel. Helaas zie ik af van je boek. Ik ben een niet meer zoekende atheïst of non-theïst.

Dat zei hij, nadat we toch heel lang en met veel plezier hadden gepraat onder de douche na een potje hockey over mijn boek ‘God met een gaatje’.
‘Een niet meer zoekende atheist of non-theist’. Ik probeer mij iemand voor te stellen die geen vragen meer heeft. Ik bedoel niet vragen naar de weg of naar de tijd. Nee, ik bedoel geen vragen meer van waarom ben ik er en wie ben ik eigenlijk?
Dat moet iemand zijn die ‘gewoon zijn ding doet’; gewoon, omdat hij dat leuk vindt of om de hypotheek te kunnen betalen. Ik denk dat dieren zo in elkaar steken. Die zijn gewoon ‘eekhoorn’ of ‘ekster’. Ze doen hun ding. Het enige verschil is wellicht dat ze daarvoor ook geen vragen hadden. Deze man had die nog wel, maar nu is hij niet meer zoekende.

Ik vond dat wel jammer, niet omdat hij mijn boek niet wil kopen, maar omdat ik hem zo graag nog wat vragen wilde stellen. Niet over God natuurlijk. Dat heeft geen zin. Voor hem is God een bedenksel; onzin dus. Nee, ik had hem graag willen vragen of het hem wat zou kunnen schelen of hij vandaag of pak hem beet pas over 20 jaar zou doodgaan. En hoe zijn antwoord ook zou luiden, mijn volgende vraag had ik al klaar. Maakt de lengte van je leven wat uit? En waarom dan? Wat betekent het leven voor jou?

Maar misschien heeft hij juist geen zin in dat soort vragen. Mijn boek bedreigt misschien zijn tevredenheid met zijn leven zonder zoeken; een zijn zonder bewust te zijn.