Het verhaal

Het is in wezen onmogelijk om zich een mens voor te stellen zonder verhaal.
Dingen, dieren, planten, daar kun je verhalen over vertellen, maar ze hebben geen boodschap aan elkaar. Ze zijn er gewoon. Maar een mens kan niet gewoon ‘zijn’. Hij kan niet zonder een verhaal. Alleen een verhaal spreekt het voorstellingsvermogen aan. Een mens zonder voorstellingsvermogen is als een machine. Een machine kan zich niet voorstellen dat hij een product is van een mens van vlees en bloed.
Het verhaal is verantwoordelijk voor welke voorstelling dan ook. Een goed verhaal wordt als waarachtig ervaren; een slecht verhaal als onzin. Maar wat voor de ene mens goed is, kan door een ander als slecht worden opgevat en vice versa.
Zonder verhaal is God nergens. Met een verhaal is God alles of is God onzin. Het verhaal is in wezen de drager van het goddelijke en zelfs de grootste godloochenaar kan niet zonder zijn verhaal en juist dat maakt zo’n godloochenaar ongeloofwaardig. Hij maakt immers gebruik van een verhaal, waarin hoe je het ook draait of keert God zich in ophoudt, dus ook in negatieve zin. Alleen door het verhaal kan hij op verhaal komen. Het verhaal is dus een goddelijk gegeven en een genade voor een mens. Vandaar: In den beginne was het woord.