IJdelheid

IJdelheid

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de schoonste van het hele land?

En wee je gebeente als het een ander is dan ik! Ja, dat is een ijdelheid, die welhaast ziekelijk is.

IJdelheid is ledigheid, niet een vervuld zijn van je zelf, een genoeg hebben aan je zelf, maar een niet te stillen honger naar een zijn wat je in je binnenste denkt niet te zijn. In wezen is een ijdel mens bang voor zijn gedachte nietswaardigheid. Hij zal dan ook alles willen doen om er blijk van te geven dat dat niet waar is en hij snakt naar een bevestiging daarvan van zijn omgeving. ‘

Is mijn boek God met een gaatje’ en nu mijn net verschenen tweede boek Anders Alleen Alleen Anders‘ een schreeuw om aandacht? Zijn filosofen en theologen ijdel die hun gedachtegoed met alle mogelijke middelen voor het voetlicht plaatsen? En wat te denken van dominees en andere kerkelijke voorgangers die graag gloriëren op hun kansel? Maar ook cabaretiers en clowns kunnen er wat van.

Zou je niet tevens kunnen zeggen dat ook zij een middel van bestaan nodig hebben en dat daarbij een zekere performance van ‘kijk-hoe-goed-ik-ben’ bevorderlijk is?

Erasmus moest er alles aan doen om geld los te peuteren bij de rijken om zijn nederige vertaalwerk te volvoeren. Hij bespeelde daarmee de ijdelheid van zijn weldoeners. Wat dreef Erasmus om zijn werk te etaleren?

Het noodzakelijke levensonderhoud ten behoeve van het lichaam in de vorm van voedsel, kleding en onderdak verleidt een mens wellicht tot ijdelheid als middel in tijden van kommer en kwel. 

Om daartoe over te gaan is hogelijk te verkiezen boven andere vormen van oneerlijkheid.

Maar hoeveel schrijvers schrijven niet, omdat zij niet anders kunnen? Hebben zij hoop op verkoopcijfers? Als dat zo zou zijn, zal dat de waarachtigheid van hun geschrijf niet aantasten?

Met mijn boek wil ik slechts getuigen van het ongelofelijke en van de beduidendheid van mijn onbeduidendheid in het licht van dat onvoorstelbare. Ik kan daarbij niet verhelen op te merken, dat ik een stille hoop heb (die hopelijk niet ijdel is) en dat is, dat de lezer vrede zal en kan vinden in mijn duiding.