De ware vijand

Het gaat hier natuurlijk over het begrip ‘ware’. Omdat dat begrip heel lastig is te duiden wil ik eerst eens kijken naar wat een ‘onware’ vijand is. Onder vijand versta ik gemakshalve iemand die je bestaan bewust bedreigt. Dus iemand die tot doel heeft jou in het verderf te storten. Etymologisch moet vijand in verband worden gebracht met haten, met de duivel. Vijand staat hier dan tegenover Heiland. De vijand kan nooit een dier, plant, mineraal, water, vuur, het weer, een bacterie of een virus zijn! Daar komt immers geen bewustheid bij kijken. Dat zijn dus onware vijanden, maar worden niettemin wel vaak als zodanig aangemerkt.
De ware vijand verschanst zich dus uitsluitend in een mens, niet altijd of meestal niet zo duidelijk zichtbaar. Het lijkt me zeker belangrijk om te weten wie je vijanden zijn, maar het is minstens zo belangrijk om te weten of je een vijand bent voor een ander of van je zelf.
Haat ik een ander? Bedreig ik bewust iemands leven of levensgeluk? Hoe verhoud ik mij tot mijn eigen gedrag en karaktertrekken? Hoe bewust ben ik mij daarvan?

Ik denk dat ergernis een belangrijk signaal is voor de mogelijke ontwikkeling van vijandschap. Daarom is het belangrijk om juist die ergernis goed te onderzoeken.
Trump lijkt me een goed voorbeeld waarbij ergernis en vijandschap zich duidelijk laten zien. Hierbij hebben we te maken met 1. informatie 2. meningsvorming 3. de wijze waarop daar al of geen uiting aan wordt gegeven.
Trump maakt veel los. Ergernis en vijandschap zijn duidelijk zichtbaar. Vergeet in dit verband niet dat dat ook het geval is/was bij de Heiland.

Als de vijand van je leven en levensgeluk te maken heeft met ergernis dan zou degene die bewust voor die ergernis zorgt een ware vijand kunnen zijn. Echter, wanneer je je daar bewust van bent, is er eigenlijk geen reden meer voor ergernis.

Voorbeeld: Ik uit mij als een oprechte aanhanger van Trump en ik beschik over voldoende informatie om die aanhang te rechtvaardigen. Dat kan dan de nodige ergernis oproepen. Die ergernis is niet mijn bewuste oogmerk. Voor niemand zou ik dus de ware vijand kunnen zijn. Het kan ook anders lopen. Mijn uitingen worden welbewust volkomen genegeerd met het oogmerk mij pijn te doen. Indien mij dat ergernis oplevert dan zou de ware vijand dus mijn ‘negeerder’ kunnen zijn. Ben ik mij van die welbewustheid bewust en ook van mijn oprechtheid dan zal er van ergernis geen sprake zijn, wel van een begrijpen. Doen we verder niets dan bestaat er een theoretische mogelijkheid om vredig samen te leven ongeacht het bestaan van tegengestelde opvattingen. De praktijk laat zich echter niet zo kennen. Voor dat vredig samen kunnen leven is meer nodig. Dat is ware interesse in elkaar hebben en dus ook in wat we waarom ‘aanhangen’.
Bij ware interesse zal er nooit een winnaar of verliezer uit de bus komen. Ware interesse in elkaar is per definitie ook ware interesse in wat waar en goed is. Tegenstellingen zullen als sneeuw voor de zon verdwijnen.

De ware vijand verraadt zich op het moment dat de interesse plaats maakt voor een dwingende noodzaak om uit te komen bij een beoogd doel. Voor of tegen Trump. Iedereen kan dan uitsluitend bij zich zelf de ware vijand ontdekken, want alleen daar ontstaat de ergernis die kan resulteren in vijandschap. We kunnen natuurlijk ook zien wie dwingend zijn in wat we moeten ‘vinden’. We weten dan ook waarom we wel of geen gehoor geven aan dat dwingen en aan wie. Dat is niet de Heiland.

(Een overdenking in d.d. 3 ktober 2020)